Het Nederlands in Suriname

In Suriname, waar het Nederlands sinds 1667 de officiële taal is, weet deze taal te handhaven tussen een wirwar aan andere talen.  De taal blijft er lustig leven doordat de sprekers die zelf naar hartenlust kneden, buigen – soms snoeien -, en polijsten tot een eigen,  Surinaams product: het Surinaams-Nederlands. De meer dan twintig talen van uiteenlopende typologie die in Suriname bestaan, buitelen gezellig over elkaar en door elkaar. Daar staat het formele Nederlands nogal haaks op. Dan is het niet vreemd dat er woorden en grammaticale kenmerken uit de omringende talen, met name  de lingua franca Sranantongo, in deze Europese taal belanden.
(Talen in Suriname: https://www.youtube.com/watch?v=CMectLGon50&t=67s )
Het Sranantongo eist als nationale identiteitstaal  voor de meesten een enorme ruimte op. Die dringt tegenwoordig zelfs door  tot de zeer formele domeinen, zoals De Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement.  Wanneer een assembleelid ergens boos of vrolijk van wordt, maakt die tegenwoordig al snel een switch naar het Sranantongo.
(Sranantongo in DNA: https://www.youtube.com/watch?v=YVujxIxjb10)
Hoewel de meeste Surinamers het Sranantongo op zijn minst in enige mate beheersen,  wil dat niet zeggen dat werkelijk iedereen het erover eens is dat slechts deze taal naast het Nederlands de Surinaamse nationaliteit uitdraagt. Voor de Hindostanen bijvoorbeeld, zou ook het Sarnami, de Surinaamse versie van het Hindi, een plaats kunnen innemen om de Surinaamse identiteit uit te dragen.  Zo is het Surinaamse volkslied, dat officieel een zeer populair couplet in het Sranantongo heeft, in meerdere talen vertaald, zoals het Surinaams-Javaans. (volkslied in Su-Javaans: https://www.youtube.com/watch?v=2vAXQs–7rM)
En het Surinaams-Nederlands is door het contrast met het Europese Nederlands ook een variant geworden om de eigen identiteit te benadrukken.  Maar dat geldt vooral in de relatie tussen Nederland en Suriname. In internationaal verband heeft het Sranantongo de belangrijkste identiteitsfunctie. Hoewel Suriname sinds 2004 geassocieerd lid is van de Nederlandse Taalunie, zou een eigen organisatie voor de officiële taal zijn nut kunnen bewijzen. (https://over.taalunie.org/organisatie/samenwerking-tussen-nederlandse-taalunie-en-suriname)

Tenslotte hoort een land zijn eigen taalsituatie te bestuderen voor een gedegen taalbeleid. Vooral omdat via de Nederlandse Taalunie lang niet alle kenmerken en woorden van het Surinaams-Nederlands in de officiële naslagwerken belanden. Het kan dan gebeuren dat algemeen gebruikte zinsconstructies, zoals ‘het is niet duidelijk als (of) het een echt probleem is…) afgekeurd blijven worden. Of dat in een artikel over zeeschildpadden in Suriname, volgens het boekje de krapé niet wordt gecursiveerd, maar de aitkanti wél.

De Taalwurm