Sommige ‘surinamismen’ zijn zo boomrijp, dat ik ze het liefst meteen zou plukken en verstouwen. Ware het niet dat de – ook in Suriname – erkende taalbronnen van het Algemeen Nederlands (AN) en de gebruikers ervan het barbaars zouden vinden, aangezien verwijzingen als anglicisme, germanisme en dus ook surinamisme onder de noemer ‘barbarisme’ vallen: een ongehoorde binnendringer. Als ik als eindredacteur het lezerspubliek deze vrucht schaamteloos zou voorschotelen, zou de verontwaardiging niet voor de poes zijn. Ik trap dan liever op de sociaal-professionele rem. Maar als taalkundige nodig ik u uit om deze roodborstige manya plukken. Want hij is te lekker en valt straks toch wel op de Surinaamse bodem die de boom van het Surinaams-Nederlands voedt. Daar, waar meerdere,met name lexicale, soms grammaticale Surinaamse vruchten liggen, die karakter geven  aan  het Surinaams-Nederlands.

Een scriptie-onderzoek van een studente (Boldewijn, 2012) aan de Surinaamse lerarenopleiding Nederlands bevestigde wat wij in de wandelgangen al wisten: negentig procent van onze bevolking zegt ‘als’ in zinsconstructies die volgens de normerende grammatica’s het onderschikkende voegwoord ‘of’ vereisen. De overige tien procent heeft doorgaans achteraf pas de boekenregel geleerd. De meerderheid van de leerkrachten trekt in proefwerken een rode streep onder dit ‘of’, zonder er punten voor af te trekken. Als docent academisch schrijven, plaats ik er een opmerking bij: ‘Pas op, mondeling Surinaams-Nederlands. Mag van mij, maar niet van elke docent of redacteur.’ De laatste paar jaren plaats ik die opmerking opvallend vaak. Misschien tijd om ermee te stoppen, maar ik kan de formele taalgrenzen niet in mijn eentje bepalen. In kranten verschijnt het verboden ‘of’ steeds vaker: een ‘slip of de pen’ van de journalist? Of gewoon niet gezien door de eindredactie? In directe citaten blijft hij gewoon staan, zoals in een stuk van de Ware Tijd 14/04/2019, over het Hof van Justitie: “Kalm en zonder emoties probeerde zij elke vraag zo eenvoudig mogelijk toe te lichten. Als het nu ging om gerechtelijke procedures […] of volgens het recht geoorloofde ‘foefjes’.”
Een descriptieve bron als de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) vermeldt de Surinaamse versie niet als mogelijkheid. Een speurtochtje op de website van deze ‘moeder der Nederlandse grammatica’s’ leidt via ‘Onderschikkende voegwoorden’ naar de subparagraaf ‘Dat en of in zekerheid respectievelijk onzekerheid uitdrukkende zinnen’. Zoals de titel voorspelt (Dat en of) schittert de Surinaamse zinsconstructie met ‘of’ door afwezigheid. Op een andere pagina in de online ANS gloort hoop: er loopt een herzieningsproject van 2015 tot 2019. Wie weet is er ruimte voor Surinaamse taalvariatie en registreert ‘ANS tolerans’ ons onderschikkende ‘of’ nog dit jaar als ‘door Surinaamse sprekers aanvaard Nederlands’. Dan is er een kansje dat onze taalbepalers die visie overnemen. Misschien vinden zij de omschrijving van deze vrucht aantrekkelijk genoeg om haar in hun mandje met taalnormen toe te laten. Eet smakelijk, maar knoei er niet mee!

Categories: Blog

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *